Waarom veel kandidaten struikelen over "makkelijke" competenties
Veel kandidaten lopen niet vast op inzet, motivatie of intelligentie, maar op onderschatting. Ze herkennen begrippen, hebben tijdens de training goed meegedaan en denken daardoor al snel dat hun kennis stevig genoeg is. Maar herkenning is nog geen beheersing.
Dat bleek ook bij een kandidaat die een inspirerende training had gevolgd. Hij vond veel in de training herkenbaar, nam actief deel aan de discussies en had het gevoel dat hij de materie goed begreep. Toch zakte hij voor het IPMA D-examen. De teleurstelling was groot, juist omdat hij serieus had meegedaan en er vertrouwen in had.
Bij nadere analyse bleek dat hij vooral zwakker scoorde op technische competenties uit de ICB4, waaronder risico’s en kansen. Natuurlijk wist hij wel iets van risicomanagement. Maar hij had onderschat hoe belangrijk het is om definities precies te kennen, bijvoorbeeld welke typen beheersmaatregelen er zijn en hoe begrippen exact van elkaar verschillen. Hij had te veel vertrouwd op algemene herkenning en te weinig op vakkennis.
Daarna heeft hij met beperkte extra hulp systematisch in kaart gebracht van welke competenties zijn kennis, inzicht, vaardigheden en ervaring sterk, gemiddeld of zwak waren. Dat deed hij niet alleen op gevoel, maar ook in combinatie met examenvragen. Juist dat overzicht maakte duidelijk waar hij echt nog winst kon boeken. Vervolgens kon hij zich gerichter verdiepen, vooral in de technische competenties. Bij de volgende poging slaagde hij ruim.
De belangrijkste les is dus niet dat iedereen op dezelfde 7 competenties tekortschiet. De les is dat u eerst moet bevestigen wat u werkelijk beheerst. Dit artikel helpt u daarbij, door 7 competenties uit te lichten die door veel kandidaten te gemakkelijk worden benaderd.
De 29 IPMA competenties: focus op deze 7 onderschatte elementen
Het IPMA D-examen vraagt dat u alle 29 competenties serieus neemt. Dat betekent niet dat u overal evenveel moeite mee zult hebben, maar wel dat u niet op aannames mag varen. Juist competenties die bekend of logisch klinken, krijgen vaak te weinig gerichte aandacht.
Daarom is het verstandig om eerst voor uzelf in kaart te brengen welke competenties u echt beheerst en welke nog onvoldoende scherp zijn. Kijk daarbij niet alleen naar kennis van definities, maar ook naar inzicht, toepassing en de manier waarop u redeneert in examenvragen. Iets herkennen is iets anders dan het kunnen uitleggen of toepassen.
De 7 competenties in dit artikel zijn dus geen standaardlijst van uw zwakke plekken. Het zijn competenties die vaak worden onderschat door kandidaten. Door ze zorgvuldig langs te lopen, kunt u beter toetsen of dat voor u ook geldt. Die manier van werken past ook bij de visie van Global Project Performance: niet trainen voor alleen een certificaat, maar gericht ontwikkelen zodat kennis, gedrag en toepassing samen sterker worden.
Wilt u uw ontwikkeling verder structureren, lees dan ook IPMA competenties ontwikkelen
https://www.globalprojectperformance.com/blog/ipma-competenties-ontwikkelen-30-dagen-actieplan-voor-projectmanagers
Onderschatte competentie 1: Persoonlijke integriteit en betrouwbaarheid
Waarom deze competentie vaak wordt onderschat
Persoonlijke integriteit en betrouwbaarheid worden vaak gezien als iets vanzelfsprekends. Veel kandidaten denken: natuurlijk ben ik eerlijk, natuurlijk ben ik transparant, natuurlijk kom ik afspraken na. Daardoor bereiden ze deze competentie minder actief voor dan bijvoorbeeld planning of risico’s.
Toch zit de moeilijkheid juist in de toepassing onder druk. Wat doet u als de voortgang tegenvalt en een opdrachtgever liever een geruststellend verhaal hoort? Hoe reageert u als onvolledige informatie op korte termijn rust oplevert, maar op langere termijn problemen veroorzaakt? Dan blijkt of u echt begrijpt wat professioneel en betrouwbaar handelen inhoudt.
Deze competentie vraagt dus meer dan een nette houding. U moet laten zien dat u eerlijk rapporteert, geen informatie manipuleert om spanning te verminderen en ook onder druk transparant blijft over voortgang en risico’s.
Hoe deze competentie wordt getoetst in het examen
In examenvragen komt deze competentie vaak terug in dilemma’s. De situatie lijkt dan op het eerste gezicht eenvoudig, maar in werkelijkheid wordt u getest op professionele keuzes. Geeft u een afgevlakt beeld van de werkelijkheid, of rapporteert u zorgvuldig wat er speelt? Beschermt u uzelf of kiest u voor transparantie richting de juiste betrokkenen?
Een sterk antwoord laat zien dat u eerlijk bent zonder onnodig te escaleren. U maakt duidelijk wat de feiten zijn, welke risico’s daaruit voortkomen en waarom betrouwbare communicatie essentieel is. Daarmee toont u dat integriteit niet abstract is, maar concreet zichtbaar wordt in professioneel gedrag.
Praktische voorbereidingstips
Oefen deze competentie met praktijksituaties waarin belangen botsen. Vraag uzelf af welke informatie u deelt, met wie en waarom. Let er daarbij op dat u niet in algemene morele taal blijft hangen, maar concreet formuleert wat u zou doen.
Het helpt ook om bij oefenvragen steeds te controleren of uw antwoord werkelijk transparant en betrouwbaar is. Soms klinkt een antwoord professioneel, maar schuift het de kern van het probleem nog steeds weg. Juist dat verschil moet u leren herkennen.
Onderschatte competentie 2: Resultaatoriëntatie
Het verschil tussen theorie en praktijk
Resultaatoriëntatie wordt vaak verward met productiviteit. Kandidaten denken dan vooral aan hard werken, veel acties ondernemen of tempo maken. Maar het examen kijkt naar iets anders: stuurt u op het beoogde resultaat of vooral op activiteit?
In de praktijk én in het examen gaat het erom dat u de behoefte van de gebruiker serieus neemt, waarde levert die in de praktijk werkt en de scope durft te begrenzen als dat nodig is. Veel kandidaten beschrijven vooral wat ze allemaal gaan doen, maar maken minder duidelijk welk resultaat ze daarmee willen bereiken.
Dat is precies het verschil tussen theorie en praktijk. In theorie lijkt druk bezig zijn positief. In de praktijk telt vooral of het project oplevert wat nodig is.
Examenvragen die hierop inspelen
Examenvragen over resultaatoriëntatie bevatten vaak situaties waarin extra wensen ontstaan, prioriteiten verschuiven of betrokkenen verschillende verwachtingen hebben. De valkuil is dan dat u iedereen probeert tevreden te houden en daardoor de focus verliest.
Een goed antwoord laat juist zien dat u teruggaat naar het beoogde resultaat. U onderzoekt wat echt nodig is, neemt de behoefte van de gebruiker serieus en durft scope te begrenzen als uitbreiding de waarde of haalbaarheid ondermijnt. Daarmee laat u zien dat u niet alleen werkt, maar gericht stuurt.
Voorbeeldscenario's
Stel dat een gebruiker tijdens het project meerdere aanvullende wensen indient. Ze klinken logisch, maar zorgen samen voor vertraging en onduidelijkheid. Een zwak antwoord zou zijn dat u probeert alles alsnog mee te nemen. Een sterker antwoord laat zien dat u bespreekt welke wensen echt bijdragen aan het resultaat, welke later kunnen en welke buiten scope vallen.
Daarmee toont u dat resultaatoriëntatie geen starheid is, maar juist het vermogen om keuzes te maken die waarde opleveren in de praktijk.
Onderschatte competentie 3: Vindingrijkheid
Waarom projectmanagers hier moeite mee hebben
Veel projectmanagers zijn gewend om snel oplossingen te bieden. Dat is begrijpelijk, want daadkracht wordt vaak gewaardeerd. Toch zit daar ook een risico. Wie te snel in één oplossing schiet, laat weinig zien van zijn vermogen om alternatieven te verkennen of verschillende perspectieven te benutten.
Vindingrijkheid vraagt dat u niet alleen praktisch bent, maar ook creatief durft denken binnen de context van het project. Dat hoeft niet groots of vernieuwend te zijn. Juist kleine, haalbare vormen van innovatie kunnen veel effect hebben.
Deze competentie wordt vaak onderschat omdat kandidaten denken dat projectmanagement vooral gaat over structuur en controle. Maar ook in een stevige aanpak is ruimte nodig voor creatief denken dat tot beter praktisch resultaat leidt.
Hoe u creativiteit toont in uw antwoorden
U laat vindingrijkheid zien door in uw antwoord duidelijk te maken dat u eerst verkent voordat u kiest. U benoemt bijvoorbeeld dat u meerdere oplossingsrichtingen bekijkt, verschillende perspectieven ophaalt en daarna bewust kiest voor een aanpak die haalbaar én waardevol is.
Sterke antwoorden laten ook zien dat innovatie klein en werkbaar mag zijn. Niet elk probleem vraagt om een radicale verandering. Vaak is het juist slim om een beperkte, praktische verbetering door te voeren die direct effect heeft. Daarmee laat u zien dat creativiteit niet losstaat van resultaat, maar eraan bijdraagt.
Onderschatte competentie 4: Onderhandelen
Veelgemaakte fouten bij onderhandelingsscenario's
Bij onderhandelingsvragen kiezen kandidaten vaak te snel voor standpunten. Ze verdedigen wat zij vinden dat moet gebeuren, zonder eerst scherp te krijgen welke belangen daarachter zitten. Daarmee missen ze precies waar onderhandelen in projecten om draait.
Goede onderhandeling draait niet alleen om een uitkomst, maar om een werkbare afspraak die rekening houdt met de operationele context en de relatie tussen partijen. Wie alleen op inhoud stuurt, kan de samenwerking beschadigen. Wie alleen de relatie spaart, bereikt soms inhoudelijk te weinig.
De kunst is dus om belangen te herkennen, ruimte te zoeken en tot afspraken te komen die voor beide kanten uitvoerbaar zijn.
Praktische aanpak
Een praktisch sterk antwoord laat zien dat u eerst onderzoekt wat voor iedere partij echt belangrijk is. Daarna zoekt u naar een oplossing die wederzijds werkbaar is. U houdt rekening met de context van het project en met wat in de praktijk uitvoerbaar blijft.
Het helpt om in uw voorbereiding te oefenen met vragen als: wat is hier het standpunt, wat is het belang daarachter en welke afspraak zou de relatie én de voortgang kunnen helpen? Daarmee traint u uzelf om onderhandeling minder als machtsstrijd en meer als professionele afstemming te benaderen.
Onderschatte competentie 5: Conflicten en crises
Hoe het examen conflictmanagement toetst
Conflicten en crises worden in het examen zelden getoetst als puur inhoudelijk probleem. Meestal gaat het om de combinatie van spanning, gedrag, communicatie en voortgang. Juist dat maakt deze competentie lastig.
Veel kandidaten reageren te hard of juist te voorzichtig. Ze willen het conflict snel oplossen, maar vergeten eerst goed te begrijpen wat er speelt. Of ze willen de relatie sparen en laten het daardoor te lang sudderen. In beide gevallen ontbreekt de-escalerend handelen.
Het examen toetst of u conflicten tijdig signaleert, inhoud en relatie beide serieus neemt en kiest voor een aanpak die de samenwerking en voortgang herstelt.
Stappenplan voor conflictscenario's
Een bruikbaar stappenplan begint met signaleren. Maak expliciet dat er een conflict of crisis speelt en bagatelliseer het niet. Daarna onderzoekt u de kern: wat is de inhoudelijke aanleiding, welke belangen botsen en hoe beïnvloedt het gedrag van betrokkenen de situatie?
Pas daarna kiest u een interventie. Die moet niet alleen gericht zijn op oplossen, maar ook op de-escaleren. Denk aan het afzonderlijk spreken met betrokkenen, het verduidelijken van feiten, het herstellen van werkafspraken en het bewaken van respectvolle communicatie. Zo toont u dat u voortgang wilt herstellen zonder over mensen heen te walsen.
Onderschatte competentie 6: Cultuur en waarden
Waarom deze "zachte" competentie cruciaal is
Cultuur en waarden worden vaak onderschat omdat ze minder tastbaar lijken dan planning, risico’s of governance. Toch zijn ze in projecten voortdurend aanwezig. Ze beïnvloeden hoe mensen communiceren, besluiten nemen, omgaan met fouten en samenwerken onder druk.
Daarom is het gevaarlijk om gedrag te snel te beoordelen zonder de context te begrijpen. Wat in de ene omgeving openheid heet, kan in een andere omgeving als confronterend worden ervaren. Wat voor de ene afdeling logisch is, voelt voor een andere juist ongepast.
Deze competentie vraagt dat u cultuurverschillen herkent, gedrag in context plaatst en normen en waarden bespreekbaar maakt zonder te veroordelen. Dat is niet soft, maar professioneel.
Voorbeeldvragen en antwoorden
Een voorbeeldvraag kan gaan over een projectteam waarin misverstanden ontstaan tussen mensen met verschillende werkstijlen of afdelingsculturen. Een zwak antwoord blijft dan steken in “beter communiceren”. Een sterk antwoord laat zien dat u onderzoekt welke normen en verwachtingen meespelen, gedrag in context plaatst en samenwerking verbetert door zaken bespreekbaar te maken.
Daarmee laat u zien dat u niet alleen naar gedrag kijkt, maar ook naar de omgeving waarin dat gedrag betekenis krijgt. Juist dat maakt deze competentie belangrijk in projectwerk.
Onderschatte competentie 7: Governance, structuren en processen
Technische competentie die vaak wordt vergeten
Governance, structuren en processen worden nogal eens gezien als formele randzaken. Veel kandidaten richten zich liever op inhoudelijke projectonderwerpen. Toch gaat het in projecten niet alleen om wat u doet, maar ook om hoe u verantwoordelijkheden, besluitvorming en beheersing organiseert.
Deze competentie wordt vaak vergeten omdat de begrippen bekend klinken. Kandidaten denken dat ze wel weten wat governance is, maar kunnen het in antwoorden onvoldoende vertalen naar praktische projectinrichting. Daardoor blijven hun reacties algemeen of oppervlakkig.
Terwijl juist hier vaak zichtbaar wordt of iemand projectmanagement echt als vak begrijpt. Grip ontstaat niet vanzelf. Daarvoor zijn rollen, besluitlijnen en processen nodig die helder en bruikbaar zijn.
Hoe u deze competentie integreert in uw antwoorden
U laat deze competentie zien door governance niet als theorie te benaderen, maar als oplossing voor projectproblemen. Als er onduidelijkheid is over besluiten, wijst u niet alleen op betere communicatie, maar ook op het verhelderen van de stuurgroeprol. Als er scope-creep is, wijst u op het wijzigingenproces.
Daarmee toont u aan dat u structuur gebruikt om het project voorspelbaar en bestuurbaar te houden.
Wilt u daar gerichter mee oefenen, bekijk dan onze IPMA D training.
Jouw voorbereidingsstrategie: focus op deze 7 competenties
Studietips en oefenmaterialen
De belangrijkste stap in uw voorbereiding is niet meteen harder studeren, maar eerst scherper kijken. Breng voor alle 29 competenties in kaart wat u voldoende weet, begrijpt en kunt, en wat nog niet. Maak dat overzicht zo concreet mogelijk. Kijk per competentie naar definities, toepassing, redenering in scenario’s en uw eigen zekerheid daarover.
De 7 competenties uit dit artikel helpen u om extra alert te zijn op onderwerpen die vaak worden onderschat. Maar de vraag blijft steeds: geldt dat ook voor u? Misschien is onderhandelen voor u helemaal geen valkuil, maar governance wel. Of misschien denkt u dat u integraal en betrouwbaar antwoordt, terwijl u in oefenvragen toch te vaag blijft. Daarom moet u eerst bevestigen waar uw echte winst zit.
Het praktijkvoorbeeld van de kandidaat die eerst zakte en daarna ruim slaagde, laat precies dat zien. Zijn doorbraak kwam niet doordat hij blind meer deed, maar doordat hij systematisch zichtbaar maakte waar hij sterk, gemiddeld of zwak stond. Van daaruit kon hij gericht verbeteren. Wilt u extra oefenen met scenario’s en valkuilen, lees dan ook slagen voor het IPMA D-examen.
Hoe GPP u voorbereidt op alle competenties
Een sterke voorbereiding gaat verder dan losse theorie stampen. Bij GPP draait voorbereiding op het IPMA D-examen om meer dan kennis alleen. De training is bedoeld om te transformeren: u scherpt niet alleen begrippen aan, maar ontwikkelt ook het inzicht en gedrag dat nodig is om projectmatig sterker te functioneren.
Daarbij kijkt GPP holistisch. Niet alleen naar de exameneisen, maar ook naar u als professional, naar uw manier van redeneren, naar de praktijk waarin u werkt en naar de competenties die voor u nog extra aandacht vragen. Zo ontstaat een voorbereiding die niet alleen helpt om te slagen, maar ook om steviger in uw rol te staan.
Wilt u samen scherp krijgen welke competenties u nog onvoldoende beheerst en hoe u uw slagingskans gericht vergroot? Neem dan contact op via het contactformulier of bel 030-2211987. In een goed gesprek wordt snel duidelijk waar uw voorbereiding sterker, concreter en effectiever kan worden.